Posts tagged “foto

Vogelparadijs

22 september 2018

***Voor een grotere en scherpere weergave even de foto’s aanklikken!***

Ik vertel niets nieuws als ik zeg dat afgelopen zomer een bijzondere was. Ik heb het natuurlijk over de warmte en de droogte. De natuur had het moeilijk en overal zag je de gevolgen van het gebrek aan water. In de Oostvaardersplassen was er echter ook een voordeel te zien van de lage waterstand. Hele stukken vielen bijna droog en zo ontstonden er grote slikvlakten waar watervogels en steltlopers massaal kwamen foerageren. En dus plande ik een ochtendje vogelhut. En ik kan niets anders zeggen dat het een prachtige ochtend was.

Voor de hut was een moddervlakte ontstaan en daarachter een stuk met een paar centimeter water erop. Omdat het windstil was fungeerde het water als een perfecte spiegel. Dat moest wel een paar leuke plaatjes op kunnen leveren. Er zaten honderden vogels voor de hut. De meesten op (te) grote afstand, maar zo af en toe kwamen er wat groepjes dichterbij. Ik zag o.a. kieviten, lepelaars, kluten, kemphanen, meeuwen, ganzen, casarca’s en nog een aantal andere steltkopers die ik niet gelijk kon benoemen.

Deze kemphaan kwam dicht bij de hut tijdens het zoeken naar eten. Leuk om zijn modderige snavel te zien.

Als het groepje waar hij deel van uitmaakte later wegvloog kon ik onderstaande foto maken.  Een mooie kemphaan in vlucht, samen met zijn spiegelbeeld.

Eén van de vogels waar ik niet gelijk de naam van wist was de zwarte ruiter. Ook die was in het mooie ochtendlicht bezig met zijn ontbijt.

De vlekjes op de foto is geen vervuiling op de lens of in de camera, maar vliegjes en andere insecten boven en op het water. Ideaal voor een smakelijk vogelontbijt.

Deze kievit strekte even zijn vleugels, alsof hij zich uitrekte na een heerlijk nacht slaap.

Tegenover de hut, aan de andere kant van de plas staat een dode boom met daarin een kleine aalscholver kolonie. Een opvallende verschijning in het rietlandschap.

Ik vind het een heel apart gezicht zo’n kale witte boom in het landschap, met al die zwarte vogels erop.

Vlak naast de hut scharrelt een koppeltje oeverlopers hun eten bij elkaar. Wat een zenuwpezen zijn het toch. Ze doen me altijd denken aan kwikstaartjes.

En toen zag ik opeens de vogel waarvan ik stiekem gehoopt had hem te zien. Een elegantste steltloper die we in Nederland tegen kunnen komen, een miniatuur ooievaartje en voor mij een wenssoort: de steltkluut!

Wow, wat een prachtige verschijning!

Mijn hartslag ging wel even omhoog bij het zien van zoveel schoonheid. En het is er niet één, maar ik telde er al snel vijf. Het meest van de tijd bleven ze op afstand, maar zo heel soms kwamen ze wat dichterbij. Dit paartje kon ik in één beeld vangen.

Zoals je kan zien waren er genoeg insecten om te eten.

Toen ik beter keek zag ik dat er ook jonge steltkluten in het groepje zaten. Volgens mij betekent dat dat ze in de Oostvaardersplassen gebroed hebben! Dat is goed nieuws voor deze zeldzame vogel.

Je kunt het jong herkennen aan de niet geheel witte kop en de minder fel gekleurde poten.

Ik kon zelfs nog een foto maken van een landende steltkluut. Wat meer kon ik wensen?

Ik sluit af met een foto van de jonge steltkluut die recht op mij af kwam lopen. Ik vind vooral de stand van de poten prachtig. Je zou kunnen zeggen dat ie last heeft van X-benen.

Ik zou zo nog tien foto’s kunnen plaatsten, maar zo is het wel genoeg denk ik. Het was een prachtige ochtend en ik heb genoten! Ze zouden eigenlijk elk jaar dit stuk half droog moeten laten vallen, maar ik weet niet of ze dat kunnen regelen. Volgens mij is het waterniveau in de OVP niet in te stellen. Alleen bij te veel water wordt het afgevoerd als het boven een bepaald peil komt. Maar voor de vogels zou het ideaal zijn en voor fotografen natuurlijk ook.

Bedankt voor je belangstelling en tot een volgend blog.

Advertenties

Zomervlinders

08 september 2018

***Voor een grotere en scherpere weergave even de foto’s aanklikken!***

Nu de zomer zo’n beetje op zijn eind loopt en we langzaam, maar onontkoombaar richting de herfst gaan, is het tijd om wat foto’s van de afgelopen maanden te laten zien. En dan met name foto’s van vlinders. Door de warmte was het een goed vlinderjaar. Vele soorten hadden een extra generatie dit jaar en ook een meer exotische soort zoals de koninginnenpage werd regelmatig waargenomen in ons kikkerlandje. Helaas niet door mij, maar dat mag de pret niet drukken.

In juni ben ik op zoek geweest naar een andere zeldzaamheid: de bosparelmoervlinder. Deze komt o.a. voor op de Veluwe en is, zoals alle parelmoervlinders, prachtig om te zien. Dus vroeg op pad en zoeken langs de bosrand op een heideveldje in het midden van de Veluwe. Het duurde even, maar toen zag ik deze schoonheid.

Is ze niet prachtig!?

Daarna heb ik gewacht tot ze genoeg opgewarmd was en de vleugels open gingen. Ook vanuit die hoek ziet ze er geweldig uit.

Altijd leuk om weer een nieuwe soort voor je lens te krijgen, helemaal zo’n mooie als deze. Het was sowieso een prachtige ochtend, want ik zag ook nog voor het eerst de grootste kever van ons land: een vliegend hert. Helaas geen mooie foto daarvan, maar wel een prachtige natuurbelevenis!

Geen spijt dus van mijn reisje naar de Veluwe, maar meestal zoek ik het toch dichter bij huis. Zo is het Oostvaardersbos vijf minuten fietsen en deze zomer stond het vol met distels, kamille en zwarte mosterd. En die hadden een grote aantrekkingskracht op allerlei vlinders. Honderden zag ik rondfladderen! Geen bijzondere, zeldzame soorten, maar het genieten was er niet minder om. De meest voorkomende soorten waren de koolwitjes: klein geaderd witje, groot koolwitje en klein koolwitje. Soms lastig uit elkaar te houden, vooral als ze rondvliegen. Onderstaande is volgens mij een kleine geaderd witje.

Ook meer kleurrijke soorten lieten zich veelvuldig zien. Eén van de mooiste is dan ongetwijfeld de dagpauwoog. Bijna zo gewoon, dat je soms de schoonheid van deze vlinder vergeet.

Deze was al een beetje gehavend, maar nog steeds prachtig om te zien.

Een lastige vlinder om mooi op de foto te krijgen is het bont zandoogje. Heel vaak gaan ze ergens op het pad zitten of tussen het gras. Ik was dan ook heel blij dat deze bleef zitten op de zwarte mosterd.

Deze foto heb ik gemaakt met de telelens, omdat je met de macrolens niet dichtbij kunt komen. Ze zijn zo weer vertrokken als je te dicht bij komt. Maar soms kom je iets tegen wat niet zo lastig is.

Het slakje bleef rustig zitten 😉

Ik zei al dat er in het Oostvaardersbos geen zeldzame vlinders voorkomen, maar er zitten wel veel verschillende soorten. Een ander soort is het landkaartje. Ik vind het een bijzondere vlinder, omdat de lentegeneratie er heel anders uitziet dan de zomergeneratie. Fascinerend hoe dat werkt. Ik heb nog niet uitgezocht wat de reden daarvoor is. Moet ik zeker nog eens doen. Dit exemplaar van de zomergeneratie verloor zichzelf in een gele wereld.

Mooi hoe de donkere vlinder afsteekt tegen het geel van de zwarte mosterd.

En tot slot van het overzicht van de Oostvaardersbosvlinders de distelvlinder. De foto heb ik omgezet in zwart-wit, omdat ik dan de vlinder zo mooi uit vind komen ten opzichte van de begroeiing. Ben benieuwd wat jullie er van vinden.

Al met al een leuke oogst tijdens de zomer van 2018.

Eigenlijk moet ik dan ook nog de bijzondere vlinders uit de Weerribben laten zien. Ze hebben al in mijn vorige blog gestaan die over de libellen uit de Weerribben ging. Maar alleen als voetnoot en in het klein. Dus vooruit dan maar.  Bij deze nog een keer, maar dan groter.

Het zijn allemaal zeldzame soorten en laten zien hoe bijzonder de Weerribben zijn als natuurgebied. De eerste is de zilveren maan. Een prachtige naam voor een prachtige vlinder.

Genomen door het gras heen. Ze zat verscholen achter deze koekoeksbloem.

Een andere vlinder was de grote weerschijnvlinder. Deze vloog rond de boom en vaak hoog. Zo af en toe kwam ze op de stam zitten en leek daar wat van af te likken. Niet een bijzondere foto, maar wel een bijzondere soort.

De meest bijzondere soort was ongetwijfeld de grote vuurvlinder. Deze ondersoort komt alleen in de Weerribben voor. Het is dus de enige plek in de wereld waar je hem kan treffen! En tijdens de excursie van VNF-Nijkerk kwamen we er één tegen. Het was midden op de dag en het waaide behoorlijk, dus was ik allang blij dat ik deze foto kon maken.

Gelukkig heeft ook deze vlinder het goed gedaan dit jaar. Met een extra generatie en verdere uitbreiding van het leefgebied. Het is goed om eens te horen dat er ook wel eens successen worden gehaald in de bescherming van onze natuur.

Bedankt voor het lezen/kijken en hopelijk hebben jullie genoten van alle foto’s. Tot een volgend blog!

 


De Weerribben

10 juli 2018

***Voor een grotere en scherpere weergave even de foto’s aanklikken!***

In de afgelopen maanden ben ik twee keer naar de Weerribben geweest. Dat was voor mij de eerste keer en het heeft me zeker niet teleurgesteld. Ik heb er een berg foto’s aan overgehouden waarvan ik er in dit blog een aantal aan jullie wil laten zien.

De eerste keer ging ik speciaal voor de libellen. In de Weerribben vliegen een aantal bijzondere soorten rond en dus vertrok ik heel vroeg in de ochtend richting Noord-West Overijssel. De zon kwam net op toen ik arriveerde en dan begint het zoeken naar die mooie vliegende diamantjes. Die, als het goed is, op dit tijdstip nog zitten op te drogen tussen de begroeiing.

Het duurt niet lang voor ik de eerst gevonden heb. En als je dan langer op één plek blijft zie je de één na de ander. Mijn eerste ‘slachtoffer’ is de mooie viervleklibel. Een veel voorkomende soort, maar erg mooi.

Wat zijn ze mooi hè als ze onder de dauw zitten.

Vanuit een andere hoek lijkt net of hij aan het fierljeppen is. Zou best kunnen. Friesland is hier maar een paar kilometer vandaan.

Zoals ik al zei: als je ergens stilstaat zie je vanzelf meer libellen. Of, in dit geval, een juffer. Het kleine neefje van de libel, maar net zo mooi. Dit is de grote roodoogjuffer. Ik hoef denk ik niet uit te leggen waar die zijn naam aan verdient heeft.

Ook nu maak ik weer foto’s vanuit verschillende hoeken. Het leuke, en vervelende, van juffers is dat ze altijd van je weg draaien en achter de stengel gaan zitten. Dus je bent wel haast gedwongen om steeds een andere hoek te kiezen.

Wat zie ik daar verschijnen in de achtergrond? Het is een andere soort libel: de bruine korenbout. Een niet heel veel voorkomende libel. Ik heb hem eerder kunnen fotograferen bij het Naardermeer. En ook hier neem ik even de tijd voor hem.

De dauwdruppeltjes glinsteren je tegemoet. Deze keer kruip ik er nog wat dichter op om de druppels nog beter te laten zien.

En zo ben je gewoon een uur bezig op een stukje van een paar vierkante meter. Wat een rijkdom om hier eventjes deel van uit te mogen maken.

Maar dan loop ik toch verder, benieuwd naar wat ik nog meer tegen ga komen na deze veelbelovende start. De zon is inmiddels volop aanwezig en ik voel de warmte toenemen. Dat heeft twee nadelen: de libellen drogen nu snel op en gaan zo vliegen en een ander insect wordt wakker. De knut! Een vervelend rotbeest, die met tientallen rond je hoofd vliegt en je van alle kanten aanvalt. Gek wordt ik er van! Het is bijna niet te doen om stil te staan. Misschien volgende keer toch maar even inspuiten met DEET! Maar zoals een goed natuurfotograaf betaamd ga ik stug door. Die jeukbulten deal ik later wel mee.

Het duurt nu wat langer voordat ik weer beet heb. Dan zie ik vlak langs het pad een libel hangen met een goeie schutkleur: de vroege glazenmaker.

Even verderop zie ik nog een libel Die heeft een wat kleurrijker plekje uitgekozen om op te warmen. Smaken verschillen nu eenmaal, ook in de libellenwereld. Het is een volgens mij een smaragdlibel.

Hoe warmer het wordt hoe meer libellen tevoorschijn komen. Op sommige plekken vliegen er tientallen rond. Een prachtig gezicht, maar niet meer te fotograferen. Zo heel af en toe zit er nog een uitslaper wakker te worden. Zoals deze Glassnijder.

Als iemand een verklaring heeft voor die naam, dan hoor ik het graag.

Uiteindelijk is het tijd geworden om weer te vertrekken. Weg van de knutten en de hitte, die het toch wel onaangenaam maken. Maar ik neem nog even de tijd om deze net uitgeslopen smaragdlibel te fotograferen.

Nu had ik aan het begin van dit blog over de heel bijzondere soorten die hier rondvliegen. En één daarvan zag ik dan toch op het laatste nippertje. Op een bankje, dus geen bijzondere foto, maar ik wil hem toch even laten zien. Hoe vaak zie je nou een gevlekte witsnuitlibel. Voor mij is het in elk geval de eerste keer.

Wat een beauty! Een prachtige afsluiting van mijn eerste bezoek aan de Weerribben.

Mijn volgende bezoekje was een paar weken later. Samen met een aantal andere leden van de natuurfotoclub VNF-Nijkerk hielden we excursie naar de Weerribben. Op een andere plek dan ik de eerste keer was. Ik was benieuwd of het weer zo’n succes zou worden als de eerste keer. We arriveerden wat later en er was geen dauw. Daarnaast waaide het ook nog eens stevig. Stilzittende libellen en juffers zaten er dus niet in deze keer. Maar ondanks dat was er genoeg te zien en te fotograferen.

Om deze grote roodoogjuffer te fotograferen moest ik mijn camera net boven het water houden. Er kwam zelfs een beetje water in mijn zonnekap te staan. Alles voor de foto!!!!

Later kwamen we langs een veld met zonnedauw. Daar zagen we een aantal gevangen insecten. Dit juffertje was reddeloos verloren. Ze zat helemaal vast met haar pootjes en vleugels. Ook dat is natuur.

Het is een breedscheenjuffer. Van voren gefotografeerd levert een een wat meer artistiek plaatje op, mede door de beperkte scherptediepte.

Je kunt niet helpen om medelijden te hebben met het beestje. Maar dit is een natuurlijke situatie en dan zal ik niet snel ingrijpen. Daarnaast is losmaken een bijna onmogelijke opgave. Overal zitten de kleverige druppels en de vleugels zijn al behoorlijk beschadigt.

Een ander slachtoffer van dit vleesetende plantje is nog groter: een oeverlibel. Ze mag dan een stuk groter zijn, maar ook zij komt niet meer weg zodra ze eenmaal vast zit in de kleverige massa. Toch indrukwekkend hoe de natuur te werk gaat en elke soort, plant of dier, zijn eigen specialiteit en eigenschappen heeft ontwikkeld.

Al met al een hele boel foto’s van twee tochtjes naar de Weerribben. En een veel langer blog dan jullie van me gewent zijn. Hopelijk ben ik jullie niet kwijt geraakt halverwege.

Dit blog is geheel gewijd aan de libellen, maar in de Weerribben fladderen ook heel wat bijzondere vlinders rond. Als toegift laat ik daar nog een aantal van zien. Niet de mooiste foto’s, maar wel heel leuk om tegen te komen in het veld.

Van links naar rechts: Grote vuurvlinder, grote weerschijnvlinder en zilveren maan.

Allemaal zeldzame vlinders in Nederland.

En hiermee sluit ik dit blog af. Ik denk dat de Weerribben op mijn lijstje komt van gebieden waar ik elk jaar naar toe moet. Dank voor het lezen en een reactie wordt erg op prijs gesteld. Tot blogs!


De tuinhut 3

19 juni 2018

***Voor een grotere en scherpere weergave even de foto’s aanklikken!***

Hier is dan de laatste in de serie van drie over ons (Dick en ik) bezoek aan de tuinhut van Arjan Troost. Na de meest voorkomende vogels en de eekhoorns laat ik nu de incidentele (gevleugelde) bezoekers zien.

Eén van die bezoekers was een gaai. In de volksmond ook wel Vlaamse gaai genoemd. Ooit is het Vlaamse verdwenen en werd deze prachtige vogel een gaai. Geen idee waarom, maar velen zeggen nog gewoon Vlaamse gaai. Dus dit is dan een Overijsselse Vlaamse gaai.

Je ziet ze ook vaak in woonwijken en tuinen, maar het blijven toch schuwe bosvogels. Bij het minste of geringste geluid of beweging zijn ze verdwenen. Ze zijn dus moeilijk te fotograferen in het veld, maar vanuit zo’n hut gaat het prima.

Een andere vogel die ik ook thuis wel eens in de tuin zie is de heggenmus. Meestal scharrelend over de grond tussen de struikjes en de bladeren. Het was dus een meevaller dat dit exemplaar even wat hoger ging zitten.

Ik vind vooral de achtergrond erg mooi in deze foto.

Een graag en vaak geziene gast bij fotohutten is de grote bonte specht.

Ik heb best wel wat foto’s van deze specht, maar op één of andere manier spreken ze me niet echt aan. Waarschijnlijk omdat ze teveel lijken op eerder foto’s die ik gemaakt heb. Bovenstaande foto springt er echter uit, door de donkere achtergrond.

Ik heb als laatste foto degene bewaard die ik zelf de mooiste vogelfoto van deze dag vind. Dit winterkoninkje ging precies op het juiste plekje zitten.

Een prachtig beestje! En voor mij dus de topper van de dag, samen met de drinkende eekhoorn in mijn vorige blog.

De dag is weer omgevlogen. En ondanks te lichte teleurstelling over het ontbreken van de ijsvogel en de afwezigheid van roofvogels, was het weer een leuke dag. Nu is het al weer nadenken over waar en wanneer we volgend jaar naar toe gaan.


De tuinhut 2

7 juni 2018

***Voor een grotere en scherpere weergave even de foto’s aanklikken!***

In deel twee van de driedelige serie over een dagje in de tuinhut van Arjan Troost zijn de eekhoorns aan de beurt. Eén van de meest geliefde fotomodellen die je kunt aantreffen voor een fotohut. Gelukkig lieten ze ons vandaag ook niet in de steek. Altijd weer een prachtig moment als ze de eerste keer op de dag verschijnen.

Gedurende de dag hebben we twee eekhoorntjes gezien en soms kwamen ze tegelijkertijd langs. Maar ik kreeg niet de indruk dat ze veel met elkaar op hadden. Meestal negeerden ze elkaar gewoon. De één was een stuk donkerder dan de ander. De lichtste van de twee heb ik het vaakst op de foto. Die vond ik ook het mooiste om te zien.

Heel langs bleven ze nooit. Even een snelle snack langs de vijverrand en dan er weer vandoor. Maar gelukkig genoeg mogelijkheden om ze vast te leggen.

Bij de volgende foto lijkt het net of ie in de gaten heeft dat hij wordt bespied. Verbaasd kijkt hij richting de hut. Omdat wij achter spiegelglas zitten kan hij ons niet zien. Misschien heeft hij ons geroken of gehoord.

Gelukkig gaan de eekhoorns verder gewoon hun gang, zonder aandacht aan de hut of ons te besteden. Nieuwsgierig komt hij even kijken of er nog wat te halen valt.

Wat zijn het toch leuke diertjes!

Natuurlijk mag een drinkende eekhoorn niet ontbreken in dit overzicht. Bij deze dan.

Soms heb je mazzel dat je model precies op het juiste plekje gaat zitten.

Verder had ik nog de wens om een badderende eekhoorn of een springend exemplaar te fotograferen. Maar ondanks het mooie weer werd er niet gebadderd. Wat ze af en toe wel deden was over de vijver springen. Maar het is me niet gelukt om dat moment in een mooie foto te bevriezen. Hoewel ik meestal alleen mijn beste foto’s in mijn blogs laat zien maak ik nu een uitzondering. Mijn beste poging om een springende eekhoorn te fotograferen:

Later bleek dat ik mijn camera niet op de snelste opnamestand had staan. Gevalletje oeps….! Ondanks deze stommiteit was het toch heerlijk om deze beestjes weer eens te kunnen fotograferen.

In deel 3 van ‘De tuinhut’ spelen vogels weer de hoofdrol. Binnenkort in dit theater!


De Tuinhut 1

25 mei 2018

***Voor een grotere en scherpere weergave even de foto’s aanklikken!***

Begin mei was het weer tijd voor mijn jaarlijkse fotohutuitje (ja, lees het nog maar eens een keer) met Dick. Dit keer was de keus gevallen op de tuinhut van Arjan Troost in Rijssen. Bekend door de mogelijkheden om duikende ijsvogels te fotograferen. Helaas werd het in de weken voor de gereserveerde datum al duidelijk dat de plaatselijke ijsvogel de winter niet was doorgekomen. Dat was wel even een tegenvaller en dus hoopten we, zoals altijd, op een mooie havik of sperwer voor de hut. En ook de eekhoorns zijn altijd leuk om te fotograferen.

Na ontvangst met een kopje koffie begeleide Arjan ons naar de hut, gelegen aan de rand van zijn tuin. En dan begint het wachten en de gespannen verwachtingen. Zouden de roofvogels komen? Of andere bijzondere soorten. Na een rustig begin wordt het langzamerhand steeds drukker. De meest gangbare soorten waren de huismus, de tortelduif en de groenling. In dit eerste blog zal ik die dan ook de revue laten passeren.

Deze vrouwtjesmus ging even zitten op het mooiste plekje voor de hut.

Het mannetje ging boven de vijver op een tak zitten. En daar komt alle zegen van boven. Het levert een leuke foto op.

Het was erg zonnig die dag en ik vond het licht behoorlijk lastig. De zon heeft begin mei al veel kracht en de meeste tijd hadden we vrij hard licht. Dus het bleef de hele dag hard werken om mooie foto’s te maken. En als de zon eventjes achter een wolk verdween was het zaak daar van te profiteren.

Naar mate de dag vorderde werd het warmer en verschillende vogels kwamen langs voor een badsessie. Ook onze mussenfamilie konden de lokroep van het verkoelende water niet weerstaan.

Al kun je het pootjebaden van deze mus eigenlijk niet als badsessie betitelen.

Maar het vrouwtje deed even voor hoe je goed in bad gaat. Het was een gespetter van je welste. Kijk dat is nog eens een badscène.

Naast de huismussen zijn er dus veel groenlingen ter plaatse. Maar bij het nakijken van mijn foto’s blijkt dat ik opvallend weinig foto’s van heb gemaakt. In ieder geval weinig foto’s die mij kunnen bekoren. Eigenlijk geen idee waardoor dat komt. We moeten het dus doen met deze foto van een gespiegeld mannetje groenling.

Toch jammer dat ik niet meer mooie foto’s heb (kunnen) maken. Want het is een prachtig vogeltje!

De derde soort die ik in dit blog wil laten zien is de tortelduif. Zoals meestal zijn ze ook op deze plek met z’n tweeën. Regelmatig laten ze zich samen zien voor de hut. En geven zo voldoende kansen om ze te fotograferen.

Door het felle zonlicht moet ik soms behoorlijk onderbelichten. Dus ondanks de zon dus toch donkere foto’s. Maar het geeft wel een mooie sfeer vind ik. Hieronder nog een voorbeeld.

Je ziet het, soms lopen ze bijna je lens binnen.

Net als de andere vogels nemen de tortels in de middag ook een bad. Een grotere vogel levert natuurlijk ook meer spetters op.

Het leuk van deze foto vind ik dat ik hem van voren heb kunnen nemen. En dan ook nog samen met de spiegeling. Ik vind hem erg mooi.

Na het badderen ging de duif met zijn vleugel omhoog zitten. Zou dat zijn om op te drogen? Ik had het nog nooit gezien zo. Wel een grappig beeld.

Alsof hij zijn vinger opsteekt in de klas!

Hiermee eindig ik mijn eerste blog over ons bezoek aan de tuinhut van Arjan Troost. In een volgend blog laat ik zien wie en wat er nog meer voorbij kwamen.

 

 


Het macroseizoen is begonnen

8 mei 2018

***Voor een grotere en scherpere weergave even de foto’s aanklikken!***

Zo eind april begint voor mij het macroseizoen. En met name een specifiek vlindertje zorgt er bij mij voor dat de macrokriebels toenemen. Ik heb het over het oranjetipje. Eén van de vele lentebodes in de Nederlandse natuur. Natuurlijk heb je ook de bosanemonen, tulpenvelden en nog veel meer, maar voor mij begint de lente als de oranjetipjes rondfladderen. Alleen om te fotograferen wil je graag dat ze niet fladderen, maar dat ze rustig blijven zitten. En dus moet je vroeg je bed uit. Zo gezegd, zo gedaan. Tijdens familiebezoek in Drenthe vertrek ik ’s ochtends vroeg naar een voor mij bekend oranjetipjesgebied.

Vorig jaar duurde het een uur voordat ik er eentje vond (klik hier), maar nu is het na een paar passen al raak. Geen oranjetipje, maar zo’n bedauwd geaderd witje kan ik niet zomaar laten hangen.

Zoals je ziet zit alles lekker onder de dauw. En dat is dus ook precies de reden dat je zo vroeg moet opstaan. De natte vlinders kunnen nog niet vliegen en moeten wachten tot ze zijn opgedroogd. Tot die tijd heb je alle gelegenheid om ze te fotograferen.

Maar nu snel verder op zoek naar oranjetipjes. Vandaag ben ik samen op pad met mijn zus, dus twee paar ogen. En het duurt niet al te lang voordat we beet hebben.

De opkomende zon schijn door de bomen achter het vlindertje. De vleugels schijnen oranje door, dus dit is een mannetje.

Vandaag is blijkbaar een goede dag voor oranjetipjes, want binnen no-time hebben we nog twee mannetjes en een vrouwtje gevonden. Het vrouwtje was nog kletsnat.

Maar ik richt me toch weer op de mannentjes. Het oranje in hun vleugels geeft net dat beetje meer. Sorry dames!

Door met de witbalans van mijn camera te spelen krijg je ineens een heel andere sfeer. Niet echt natuurlijk, maar wel leuk om je tussendoor mee bezig te houden.

Dan kruip ik er wat meer bovenop. Eens kijken of ik een leuke close-up kan maken.

Best harig zo’n oranjetipje. Dat is dan ook één van de leuke dingen van macrofotografie: je kunt (laten) zien wat je normaal gesproken niet ziet. Maar meestal vink ik iets meer afstand fotografisch gezien mooier. Het beestje in zijn leefomgeving zogezegd.

Zoals je ziet gaat het opdrogen erg langzaam. En ik moet eigenlijk al weer stoppen. Tegen beter weten in blijf ik toch nog een kwartiertje, maar dan moet ik echt gaan. Had graag nog een foto gemaakt met de vleugels open. Op weg naar de auto kom ik weer langs het geaderd witje die we als eerste zagen vanmorgen. Ik had er een stok bij gezet, zodat ik hem makkelijk terug kon vinden.

Dus in dit blog over de oranjetipjes mag dit witje het verhaal openen én afsluiten.

Dank voor het lezen en tot de volgende keer.