Archief voor juli, 2013

Natuurpark Lelystad

7 en 18 juli 2013

In mijn vorige blog liet ik jullie al de ooievaars zien van het Natuurpark Lelystad. Maar dat is natuurlijk niet het enige wat er te zien is. Er is zelfs zo veel dat ik er nog een dagje heb rondgewandeld. De foto’s in dit blog zijn dus van twee verschillende dagen.

De eerste dag begint in ieder geval goed. De zomerzon is volop aanwezig en laat zijn stralen vallen door het bladerdak.

Goedemorgen

Goedemorgen

Een mooi begin van de dag dacht ik zo.

Als ik bij de Pater-Davidsherten aankom valt deze heer meteen op. Met zijn gewei vol gras en onkruid loopt ie rond te paraderen. Misschien al het begin van de bronst? Hij was niet per ongeluk met zijn gewei vast komen te zitten in de begroeiing. want ik zag hem met zijn kop door het hoge gras vegen. Het gras vloog in het rond.

Hert met pruik

Hert met pruik

Toen hij dichter bij kwam kon ik dit prachtige portret maken.

Commando

Commando

Ik denk dat hij auditie doet voor de nieuwste Rambo-film 😉

Dit hert was in het wild uitgestorven en op een gegeven moment waren er in gevangenschap nog 16 dieren over. Door fokprogramma’s, o.a. hier in Lelystad, is de soort gered en inmiddels ook weer in het wild uitgezet. Het hert komt aan zijn naam door de Franse missionaris en natuuronderzoeker pater Armand David, die het dier ontdekte in China. Het is een moerasbewoner en houdt erg van water en kan goed zwemmen.

Hierna loop ik naar het edelherten gebied. Helaas zie ik geen enkel hert. Het gebied is dan ook aardig groot en de garantie dat je de dieren ziet is er niet. Een heel verschil dus met een dierentuin, waar alles is ingesteld om de mensen de dieren te laten zien. Hier is uitgegaan van het dier en de ruimte die hij nodig heeft. Ja, en soms zie je ze dan dus niet. Maar niet getreurd, want ook een doodgewone huismus kan een mooie foto opleveren.

Grasmus?

Grasmus?

De mussen zijn ook aanwezig als ik aan het eind van de ochtend een kopje cappuccino drink op het terras. Maar op de voorstelling die ik toen kreeg had ik niet gerekend.

18+

18+

En dat gewoon op de balustrade langs het terras! Het moet niet gekker worden! Ik kreeg ze er nog net op, zo dichtbij zaten ze. En zo eindigt mijn eerste dag in het natuurpark met een hoogtepunt.

Op dag numero 2 richt ik mij wat meer op het kleine beestenspul. En al snel kom ik de eerste vlinder tegen. Het is een geaderd witje.

Klein geaderd witje

Klein geaderd witje

Rusteloos fladderend van distel naar distel verzameld hij zijn nectar. Gelukkig bleef hij net lang genoeg zitten voor bovenstaande foto.

Een meter van het koolwitje vandaan zie ik opeens een andere vlinder zitten. Veel rustiger en daardoor heb ik hem eerst ook niet gezien. Maar als hij zijn vleugels spreidt is ie, met zijn oranje kleur, bijna niet te missen.

Gehakkelde aurelia

Gehakkelde aurelia

Misschien wel de mooiste vlinder die ik tot nu toe heb gefotografeerd! En dus eindelijk een dag waarop ik veel vlinders zie. De laatste twee jaren was mijn vlinderoogst erg mager.

Vol goede moed loop ik verder, ondertussen speurend tussen het struikgewas en de bloemen. Maar ik zie verder niets interessants meer, of het zit op een ongelukkige c.q. onbereikbare plek. Ik besluit dat het tijd is voor een kleine pauze en ga zitten op een bankje. Dit deel van het park is erg rustig en ik geniet van de stilte aan de waterkant. Vlak boven het water scheert een blauwe libel heen en weer. Na een korte vlucht gaat hij steeds even aan de kant op het zand zitten. Het is een gewone oeverlibel.

Omdat ie steeds op hetzelfde plekje gaat zitten kan ik mooi mijn positie innemen als hij weer vertrekt voor een vluchtje. Plat op de buik lig ik te wachten tot hij terug komt. Het zal wel humor zijn als hij net nu ergens anders gaat zitten. Gelukkig doet hij dat niet. Sterker nog: hij kiest juist een fantastisch plekje uit! Niet op het zand, maar op een klein stokje.

Gewone oeverlibel

Gewone oeverlibel

Soms moet je net even die mazzel hebben. Het is trouwens een mannetje. De vrouwtjes van de gewone oeverlibelle  zijn namelijk geel. Om het makkelijk te maken zijn de mannetjes ook geel als ze net zijn uitgevlogen. Later krijgen ze de blauwe kleur.

Blij met deze foto ga ik weer op pad. Zoekend naar het volgende beestje. En die is makkelijk te vinden, want hij fladdert over het pad naar mij toe. Het moeilijkste is nog het geduld op te brengen tot hij gaat zitten. Het is een bruin zandoogje. Een veel voorkomende soort, maar lastig te fotograferen. Meestal zit hij tussen het lage gras. Maar vandaag werken ze allemaal goed mee.

Bruin zandoogje

Bruin zandoogje

Ik heb nu wel wat last van het harde licht door de felle zon, maar dat is dan jammer. Ik ben al lang blij dat het zulk lekker weer is.

Ondertussen ben ik weer terug bij de ingang van het park, waar een kleine vijver is aangelegd. Boven het water zie ik een grote keizerlibel heen en weer vliegen. Zo af en toe landt ze even op de vijverbegroeiing in het water en steekt haar achterlijf in het water: ze is bezig eitjes af te zetten! Dat vraagt natuurlijk om een foto, maar dat is makkelijker gezegd dan gedaan. Ze vliegt razendsnel heen en weer en land steeds voor een korte tijd. En meestal aan de verkeerde kant van de vijver natuurlijk. Uiteindelijk lukt het dan toch, wel met een berg tegenlicht, om dit mooie moment te fotograferen.

Ei afzetting

Ei afzetting

En met deze plaat neem ik afscheid van het natuurpark. Het waren twee leuke bezoekjes en heel afwisselend. Ik hoop dat ik jullie wat beter heb laten kennismaken met dit prachtige park. Echt een aanrader!

Advertenties

Ooievaars

7 juli 2013

Vandaag ga ik naar het Natuurpark Lelystad. Een park waar o.a. bedreigde dieren worden gehouden, zoals de wisent, de Europese otter en het Pater-Davids hert. Door een fokprogramma en herintroductie in het wild wordt geprobeerd soorten te redden.

Ook ooievaars hebben hier een plek gekregen. Na de tweede wereld oorlog ging het erg slecht met de ooievaars in Nederland. Door verandering in het biotoop door ruilverkaveling en het gebruik van pesticiden waren ze bijna verdwenen. In de 1969 is er begonnen met een uitgebreid fokprogramma om de soort voor Nederland te behouden. En met succes! Je ziet ze nu steeds meer.

In natuurpark Lelystad zijn er zo’n negen nesten. De ooievaars die hier zitten vliegen gewoon vrij rond en zitten dus niet in gevangenschap. Wel worden ze nog bijgevoerd. Al snel zie ik de eerste voorbij vliegen.

Ooievaar in vlucht

Ooievaar in vlucht

Als ik verder loop kom ik bij een veldje waarop vier nestpalen staan. En ze zijn allemaal bezet. Toen de ooievaars hier net zaten werden ze voor twee jaar onder een hoog net gehouden. Dan is het trekgedrag eruit en blijven ze het hele jaar op dezelfde plaats en trekken dus in de winter niet weg. Vandaar dat ze nu dus vrij rondvliegen.

Op het nest

Op het nest

Het grappige is dat de jongen die hier geboren worden wel in de winter naar Afrika vertrekken. Het trekgedrag is dus niet aangeleerd, maar zit in de genen. Zulke weetjes vind ik altijd bijzonder.

Voor zover ik weet, kun je aan het uiterlijk niet zien wat het mannetje en vrouwtje is. Ik weet dus ook niet welke van de twee het luchtruim kiest.

Vrij als een vogel

Vrij als een vogel

De ooievaar spreekt al eeuwen tot de verbeelding. Iedereen kent het verhaal dat de baby’s door de ooievaar wordt gebracht. Maar ook in diverse gemeentewapens speelt de ooievaar een rol, o.a. in het wapen van Den Haag. Er zijn ook veel namen voor de ooievaar: o.a. uiver, stork of eiber. Het bekende DC-2-vliegtuig de Uiver uit 1934 is dus naar de ooievaar genoemd.

Ondertussen wacht ik of de net weggevlogen ooievaar terug komt op het nest. Er vindt dan altijd een ontmoetingsritueel plaats met veel geklepper. Het duurt wel even, maar dan komt ie weer aangevlogen en land op het nest.

Welkom thuis

Welkom thuis

Helaas volgt er geen uitgebreid geklepper deze keer. Een keer de kop in de nek en twee keer klepperen en dat is het. En geen foto daarvan, dus heb ik nog wat te wensen voor een volgende keer.

Landing

Landing

Ik richt me nu op een ander nest. Hier zitten drie jongen in. En die zijn al behoorlijk groot. Samen met één van de ouders zitten ze rustig op het nest.

Nest met jongen

Nest met jongen

Deze jongen zijn zo groot dat ze al kunnen vliegen. Pa en ma ooievaar hebben dus een goede klus geleverd. Het zal niet makkelijk zijn geweest drie jongen groot te brengen. Door het koude voorjaar was dat nog extra moeilijk. Ik zie in twee van de vier nesten jongen zitten. Op het andere nest zit één jong Maar dat wil niet zeggen dat de andere twee paren geen jongen hebben. Als het plat op het nest ligt kun je hem onmogelijk zien.

Ik heb genoten van deze prachtige vogels en ben blij dat het weer goed met deze soort gaat. De ooievaar staat zelfs niet meer de Nederlandse Rode Lijst van bedreigde vogelsoorten. Als ik nog één keer omkijk staat het nest net achter een vlierboom. Dat levert dan nog een laatste foto op.

Achter de vlier

Achter de vlier

Weer eens wat anders dan het standaard plaatje van een ooievaar op een nestpaal.

Er is natuurlijk nog veel meer te zien in het park en ik heb ook nog meer mooie foto’s kunnen maken. Maar die komen in een ander blog wel eens voorbij. Ik hoop dat je genoten hebt van het verhaal en de foto’s. En mocht je opmerkingen, kritiek of iets anders op je lever hebben: aarzel dan niet om een reactie achter te laten! Tot de volgende keer.


Allemaal beestjes

30 juni 2013

Op facebook en fotoblogs vliegen de vlinders en libellen me om de oren. Maar zelf zie ik ze gewoon heel weinig. Tijd voor actie!! Ik ga vandaag op jacht naar onze gevleugelde insectenvrienden. Dus ik pak mijn spullen en ga vol enthousiasme op pad.

Op de één of andere manier kom ik heel weinig vlinders en libellen tegen. Het zal wel aan mij liggen, maar een plas met tientallen rondvliegend libellen ben ik nog niet tegen gekomen. En dat terwijl ze er wel zijn als ik mijn collega fotografen mag geloven. Ook nu is de start niet veelbelovend. Na een uurtje heb ik nog geen insect gezien! Niet dat ik me verveel hoor. Ik kom een kudde konikpaarden tegen en zie voor het eerst in mijn leven een zomertortel. Een vogel waar het erg slecht mee gaat. Onder andere door verlies van het juiste leefgebied en door jacht op de trek naar Afrika.

Ik wandel nog eens een half uurtje en dan vind ik het genoeg. Als de mooie modellen niet zo makkelijk naar je toekomen moet je er voor werken. Ik spreek me zelf dus streng toe: “Aan de slag man! Fotografeer gewoon het eerste beestje wat je ziet!” En dat eerste beestje is een grasmot. Lekker dan. Ze zitten altijd laag in het gras, dat wordt dus plat op mijn buik.

Grasmotje

Grasmotje

Kijk het begin is er! Ik vind het eigenlijk best leuke beestjes. Ze hebben zo’n grappig oogje.

Nu de kop eraf is, is de spirit weer terug. Ik loop nu door een veld met veel distels. Op de bloemen zitten vooral hommels. Ook die moeten er dus aan geloven. Best nog lastig op ze te fotograferen, want ze zijn continue in beweging. op zoek naar nectar. Deze kwam net vanaf de achterkant de bloem opgeklommen.

Hommel

Hommel

Een hommel doet me altijd een beetje denken aan zo’n iets te dikke, gezellige oom, die altijd alles goed vind.

Ondertussen heb ik al een eind gelopen als ik op een soort van open plek kom. En ineens wemelt het van juffers. Bizar! In het afgelopen anderhalf uur heb ik er geen één gezien en nu zie ik ze overal. Ik moet zelfs even nadenken welke ik zal vastleggen. Mijn keuze valt op deze prachtige metaalgroene juffer.

Zwervende pantserjuffer

Zwervende pantserjuffer

Ik vind dit een hele mooie soort, vooral als het zonlicht er op valt. Dan glanzen ze echt.

Het volgende slachtoffer is een nog niet uitgekleurde juffer. Uiteindelijk zal die blauw worden. Zoals zoveel waterjuffers.

Watersnuffel

Watersnuffel

Een beetje vreemde naam vind ik, maar zo heet ie nu eenmaal. Ik loop nu door het hoge gras en er vliegen continue juffers voor mijn voeten op. Het rare is dat alle blauwe juffers steeds net op de verkeerde plekken gaan zitten, zodat ik ze niet mooi kan fotograferen. De jufferjeugd werkt gelukkig wel mee, want ik kan nog een jonkie vastleggen.

Jong lantaarntje

Jong lantaarntje

Het  achterlijf van een volwassen mannetje is zwart, op het één na laatste segment na. Die is felblauw. En zo fel gekleurd dat het wel licht lijkt te geven, vandaar zijn naam. De juffers zijn leuk natuurlijk, maar nu wil ook ook een ‘echte’ libel. Dus ik zoek nog even verder.

Dan valt mijn oog op een ander mooi insect. Een vlieg deze keer. Om precies te zijn: een schorpioenvlieg. Dat klinkt gevaarlijker dan het is hoor. Giftig is ie niet, maar de uiteinde van zijn lijfje lijkt op de staart van een schorpioen. Vandaar zijn naam.

Schorpioenvlieg

Schorpioenvlieg

Toch wel één van de mooiste vliegen die ik ken.

Een eindje verder zie ik weer een schorpioenvlieg. Net als ik wil gaan kijken of ik er een foto van kan maken valt mijn oog op iets anderswat tussen de brandnetels hangt: een grote keizerlibel! Een van de grootste libellen van Nederland. De schorpioenvlieg laat ik natuurlijk voor wat ie is en ik richt me op de libel. Hij zit een beetje lastig, maar een profielfoto kan ik wel maken.

En profil

En profil

Wat is de natuur prachtig hè, dat ze zo’n levende machine kan voortbrengen? Daar kunnen de menselijke ingenieurs nog heel wat van leren. Vanuit een andere hoek zie je weer heel andere details.

Rugzijde

Rugzijde

Meestal zie je deze soort alleen maar onvermoeibaar heen en weer vliegen. Jagend op vlinders en andere libellen en juffers. Deze is blijkbaar nog niet goed opgewarmd. Toch kiest ook hij het luchtruim, maar tot mijn geluk gaat ie een eindje verder weer zitten. En nu op een veel vrijere plek. Dit buitenkansje laat ik mij niet ontgaan.

Grote keizerlibel

Grote keizerlibel

En zo sluit ik deze ochtend heel tevreden af. Na een trage en moeizame start is het toch nog goed gekomen. En eigenlijk is dat altijd wel zo. Want er is genoeg moois te zien als je je ogen goed de kost geeft.